Oorlog

WO 1

De moord op de Oostenrijkse kroonprins in Servië gaf aanleding tot de Eerste Wereldoorlog. Op 4 augustus 1914 verklaarde Duitsland aan België de oorlog, omdat het de onverweldigen niet wilde doorlaten.

De noodklokken luidden. Te Luik werd reeds duchtig gevochten. De Duitsers ontmoetten sterkere weerstand dan zij hadden verwacht. Hun druk was nochtans te geweldig. Op 20 augustus beschoten zij Namen. Twee dagen later stonden zij voor Brussel. Antwerpen met zijn zo sterke fortengordel werd beschoten en ingenomen in de maand oktober.

Duizenden vluchtelingen met zware pakken op de rug kwamen dan uit Antwerpen en omstreken Zandvliet binnengestroomd, om verder het veilige Nederland te bereiken.

Een onafgebroken stoet van auto's, trams, kruiwagens, karren en stootwagens reed ons dorp binnen en het geloei van het vee, dat door de vluchtelingen was meegebracht, weerklok door de straten. Geen huis, stal of schuur bleef onbezet. Op de speelplaats van de scholen werd zelfs onder de blote hemel geslapen. Veel Zandvlietenaren gingen ook op de vlucht, maar ze kwamen na enige dagen reeds terug.

Dan begonnen de lange, droevige bezettingsjaren. De Duitsers wilden voorkomen dat de vliegers van de bondgenoten merkpunten zouden vinden en verplichtten onze inwoners hun licht des avonds zodanig te verstoppen, dat het buiten uit niet zichtbaar was. Dat stak onze mensen al zo vlug tegen als de huiszoekingen naar graan, eetwaren, aardappelen, wol en koper die mekaar gedurig opvolgden.

Hoe langer de oorlog duurde, hoe nijpender de nood werd. Met toelating van de Duitse overheid kwam het gemeentebestuur dan ter hulp en kocht in Nederland wit brood dat het aan de mensen aan inkoopprijs verkocht. later werd een bevoorradingsdienst ingericht onder de benaming van: Nationaal Comiteit van Hulp en Voeding. Ieder kon dan zijn rantsoen maïsvlokken, spek, bloem, rijst, reuzel, brood, koffie en suiker naar het "Comiteit" gaan halen. In de scholen kregen de kinderen een bijzondere schoolmaaltijd die bestond uit soep en brood. Toch werd nog veel honger geleden.

Wat voerden de Duitsers verder uit? Om het oorlogsmateriaal te vervoeren legden zij spoorlijnen aan die eindigden in het hof Kums. Daar waren de locomotieven best aan het zicht van de vliegtuigen onttrokken. Er liep ook een lijn naar de schorren waaruit de bezetters, in de zomer, dagelijks 30 tot 40 wagens hooi haalden. De commandatuur vestigden zij in de Noordlandstraat. Overal bouwden zij betonnen versterkingshuisjes die de mensen poppenhuisjes noemden.

In de Zuidhavendijk groeven zij gaten die nu nog duidelijk te zien zijn. Hierin stelden zij hun veldgeschut op en richtten het met de loopmond naar het Oosten. Langsheen de Belgisch-Nederlandse grens plaatsten de Duitsers een elektrische draadversperring, om de vlucht en de smokkel te beletten (Het gehucht "De Hoek" lag achter deze draad en was geheel van het dorp afgesneden). De minste aanraking veroorzaakte de dood! Bovendien werd deze hindernis voortdurend door hun schildwachten en verkenners bewaakt. Op het laatst van de oorlog plaatsten zij zelfs schijnwerpers om de Schelde af te zoeken en elke poging over de grens te varen of te zwemmen te verijdelen. Toch wisten nog talrijke vluchtelingen onder, door of over den draad te geraken en zo het Belgisch leger te vervoegen. Daarin kregen zij uitstekende hulp van moedige burgers die deel uitmaakten van de bestendige bespiedingsdienst. Zij brachten ook de verzamelde inlichtingen aan de Belgische legerleiding over. Dat de Duitsers hier en daar bommen hadden gelegd kon de Zandvlietse spionnen niet afschrikken. Zij werkten ijverig voort.

Ten opzichte van de bezetters bleef onze bevolking erg terughoudend. Zelfs vermeed zij angstig alle omgang met personen, die in nauwe betrekking stonden met Duitsers. Al de bespieders waren wel door de mensen gekend, doch de bezetters konden spijts hun opsporingen slechts enkele verdachte gevallen onderscheppen. Zo zonden zij 25 mannen en 4 vrouwen als ongewenste naar Duitsland.

Ondanks alle Duitse maatregelen hebben de Zandvlietenaars gedurende de bezettingsjaren steeds druk gesmokkeld. Brieven, zeep, tabak, boter en haring waren zoal de voornaamste artikelen die zij overbrachten. Acht personen zijn gedurende de oorlog aan de versperring blijven "plakken".

Op 27 november 1916 moesten alle werklozen zich met pak en zak ter controle komen aanbieden. 44 mannen werden naar Duitsland vervoerd, om ginder in de mijnen en fabrieken te gaan werken. Allen weigerden ze dit bevel uit te voeren maar mishandeling en ondervoeding dwongen hen te gehoorzamen. Twee jaar later, op 11 november 1918, werd eindelijk de wapenstilstand getekend.

De oorlog heeft ook de Kievitten getroffen. Zeventien jonge soldaten geboren en/of woonachtig te Zandvliet stierven aan het front, of aan ziektes opgelopen door de erbarmelijke omstandigheden waarin ze trachtten te overleven.

Jaarlijks op 11 november worden deze, samen met vele andere, soldaten herdacht. Ook te Zandvliet wordt een bloemenkrans neergelegd als eerbetoon. ZandvlietDorp wil deze gesneuvelden niet jaarlijks, maar dagelijks eren. Ieder soldaat kreeg een aparte webpagina met meer informatie over zijn oorlogscarrière. Laten we onze helden nooit vergeten, klik hier voor meer informatie.

Bron: "Zandvliet aan de Schelde", J. Van Der Goten en Gh. Van Royen (1938)

 
 
www.zandvlietdorp.be | Contact | Sitemap