Geschiedenis

Vesting

Zandvliet was in 1622 een versterkt dorp, zoals het toen gebruikelijk was voor zulke plaatsen, betitelde men ze met de naam "Stadt". De werken van opbouw en uitrusting namen de periode van 1622 tot 1627 in beslag.

Men moet er zich rekenschap van geven dat de werken, voor die tijd tamelijk omvangrijk waren. De perimeter van de vesting, gemeten volgens de aslijn van de grachten, had een ontwikkelde lengte van circa 2000 meter. De aarde die uit die grachten werd gehaald diende omhoog gebracht om de wallen te vormen, en U zal hieronder zien, aan de hand van een tekening dat er tussen de grachtbodem en de kruin van de wal 8 tot 9 meter hoogteverschil was. Daarenboven leefde men toen in een beroerde tijd, zodat rekening dient gehouden met onderbrekingen van de werken, ook vanwege ongunstig weer, enz. Men had ook af te rekenen met grondwater en andere moeilijkheden, die zich bij dergelijke werken geredelijk voordoen en ten slotte kan men het grondverzet dat met het bouwen van de vesting gemoeid ging, ruwweg schatten op 200.000 kubieke meter, waarbij dan nog de afwerking moest volgen: planeren, profileren, bezoden, bezaaien, maken van buitenwerken, dammen en/of bruggen, doorgangen, bastions, geschutopstellingen, paalwerken, enz.

Het moet ons dan ook niet verwonderen dat voor de uitvoering arbeiders en boeren uit een verre omgeving werden aangetrokken.

Indien wij een document van 1632 mogen geloven, werden voor in dat jaar uit te voeren werken, vermoedelijke slopingen en verbeteringen, werkers opgeroepen uit de volgende plaatsen: Merksem, Stabroek, Putte, Kapellen, Kalmthout, Wuustwezel, Brecht, Loenhout, Groot en Klein Zundert, Oost -en Westmalle, Zoersel, Halle, St. Job in 't Goor, 's Gravenwezel, Wijnegem, Borsbeek, Brasschaat, Deurne, Schoten, Zandhoven, Massenhoven, Emblem, Broechem, Ranst, Millegem, Wommelgem, Hove, Mortsel, Boechout, Edegem, Wilrijk, Aartselaar, Hoboken, Ekeren, Schilde, Oelegem en het land van Hoogstraten. Het is geen peulschilletje. Doch in die tijd was alles handwerk: spade, aardmand, kruiwagen en misschien de aardkar; voor het droogmaken: de tonmolen of het scheprad. Het bouwen van zulke vesting doet ons terugdenken aan de dijkenbouw. Aan de Cirkeldijk van Lillo werkte men in 1838 met bijna 2000 arbeiders! Indien men uit al de bovenvermelde lokaliteiten 20 man per plaats rekent, wat niet weinig is, komt men nog maar tot 800 werkkrachten.

Nadat de vesting voltooid was in 1627, werd ze reeds in 1628 door de Staatse troepen aangevallen en veroverd zodat de Spanjaarden de indringers van 1629 opnieuw moesten verdrijven. Een nieuwe aanval greep plaats in 1632, doch met minder bijval. Er wordt later nog om Zandvliet gevochten: in 1705 door de hertog Marlborough, in 1747 door de Fransen. Telkens worden de kerk en de omringende woningen beschadigd. In 1745 waren arbeiders uit onze dorpen weer naar Zandvliet gaan werken om de vesting te versterken.

Op onze dagen blijft van de vesting nog slechts weinig over. Het moet zelfs verwondering baren dat er nog iets van overgebleven is. Dit "iets" valt echter weinig op en enkel degenen, die cartografisch materiaal en archiefstukken hebben bestudeerd, zullen ter plaatse de littekens van de vroegere militaire werken kunnen aanwijzen.

Zandvliet werd aangelegd als grendelstelling tegen de Staatse steunpunten en versterkte plaatsen, zoals de forten Lillo, Frederik-Hendrik en de stad Bergen op Zoom.

Het bouwen van een vesting heeft vanzelfsprekend een invloed op het landschap, doch tevens heeft de aanwezigheid van een garnizoen een invloed op de bevolking. Spaanse militairen en hun huurlingen uit alle windstreken bleven lang in contact met de inwoners en dit drukte zijn stempel op de nakomelingschap. Er kwamen zich te Zandvliet allerlei personen vestigen: de eigenlijke militairen en degenen, die gewoonlijk in het kielzog van legers hun kost zochten: handelaars, zoetelaars, ambachtslui en dies meer. Zo komt het dan ook dat men in de parochieregisters uit voorbije eeuwen heel wat streekvreemde familienamen aantreft, waarvan de meeste ook reeds tot het verleden behoren. Om er enkele op te noemen: Wendrecks, De Fayce, De Carpon, Brassi, Sabien, Charton, Catri, Forceville, enz. Het valt op dat veel Frans klinkende namen voorkomen: het zijn vermoedelijk deze van Waalse huurlingen, vermits een wijk van het vestingdorp Walenhoek heette en nog heet.

Behalve deze Walenhoek wijzen nog enkele andere plaatsnamen op het bestaan van de vroegere vesting: Zuidvest en Noordvest, Conterscherp, Kattewal, enz.

Een goed gedocumeerde waarnemer kan te Zandvliet nog, zowel op het terrein als aan de hand van luchtfoto's en kaarten, sporen terugvinden van vestinggrachten, van de contrescarpe met zekere "flêches", van de omtreklijnen van het glacis; hij vindt nog delen van de hoofdwal, de standplaats van de voormalige garnizoensmolen op het laatst overgebleven bastion, het tracé van de bedekte weg aan de voet van de hoofdwal, waaruit o.m. de straatweg "Begijnhoeve" groeide, met het westelijk deel van de Walenhoekstraat, de littekens van buitenravelijntjes, enz. Ook de Zandvlietsestraat is nog een overblijfsel van de zuidwestelijke contrescarpe. De smalle straten en dichte behuizingen in de Walenhoek zijn ook een typisch kenmerk van woningen in een vesting.


Klik op de afbeelding voor een grotere versie

Uitleg over kaart:
A = plaats waar bij het bouwen van het huis Zoutestraat 207, op 2,20m onder maaiveld overblijfselen werden gevonden van paalwerk. Maaiveldhoogte (+5,40). Hoogste grondwaterstand (+4 ,20).
B = Kerkput (reeds primitief kadasterplan 1819).
C = Botermerckt (id). In de 18e eeuw soms "Generale Merckt" geheten. D = Peerdsmerckt (id).
E = Theeput (id).
F = Verckensmerckt (id).
G = Lange Nieuwstraat (id).
H = Zilverstraat of Leemstraetjen (id).
I = Litteken van de hoofdwal, herkenbaar op oorspronkelijk kadasterplan van 1819.
J = Litteken van bolwerk (id).
K = "Flêche" nog herkenbaar op oorspronkelijk kadasterplan, waarop de wip (perche à tirer l'oiseau).
L = "flêche"
M = buitenwerken, nog herkenbaar op luchtfoto's van 1948.

De door een cirkel omringde cijfers geven het hoogtepeil aan ter plaatse van de verwijzing.

De cijfers 1 tot en met 7 zijn plaatsen waar er grondboringen zijn uitgevoerd op 1,50 tot 2,70 meter.

Bron: De Stadt Santvliet, Uitgave Heemkundige kring van de Antwerpse polder v.z.w.

 
 
www.zandvlietdorp.be | Contact | Sitemap