Zandvliet bestond vroeger uit 3 verschillende lagen: de lage, hoge -en middengronden.
De lage gronden waren volledig overspoeld door de Schelde, door de indijking en bruikbaar maken van deze lage gronden werden onze huidige polders gevormd.
De hoge gronden dijkten het water af dat tot op de Heide kwam. Zij lagen ten oosten van de Antwerpse Baan, m'n kon ze vergelijken als de duinen die nu aan onze Vlaams kust te vinden zijn.
De middengronden lagen tussen de lage gronden (Schelde) en de hoge gronden (duinen). De middengronden bestonden uit 3 verschillende plateaus van verschillende hoogte, niet ver van elkaar gelegen. Ze werden van elkaar gescheiden door kleine zijriviertjes van de Schelde. Die zijriviertjes omringden de zandplaten zodat er 3 eilandjes gevormd werden; de allereerste bewoners van Zandvliet begaven zich via bruggen, dammen of vaartuigen van eiland naar eiland.
Omdat de riviertjes tussen de zandhoogten vloeiden kregen zij de naam van " Santvlieten " (vlieten: langzaam stromen of vloeien).
Door het rondvliegen van het duinzand zijn de zijriviertjes stilaan toegeraakt en de verschillende hoogtes werden langzaam één vlakte en werd met de jaren meer en meer bewoond. Zo zijn de zandplaten van de middengronden en de "Santvlieten" de oorsprong van het dorp en zijn benaming.
Bronnen:
"Zandvliet aan de Schelde", J. Van Der Goten en Gh. Van Royen (1938)
"Een Vlaamsch Scheldedorp", Jacob Stinissen en Lambert Waelbers (1906) |