Het ontstaan
In de zomer van 1956 werd er door het Belgische parlement een wet aangenomen. Deze wet zou dienen voor een dringende investering in de Antwerpse haven, gespreid over een periode van 10 jaar, namelijk van 1956 to 1967. De wet is dan ook de geschiedenis ingegaan als het Tienjarenplan. De Antwerpse haven breidde zich volop uit door middel van diverse industriële complexen, de haven werd dus niet enkel meer een belangrijke goederenoverslaghaven.
Het Tienjarenplan bevatte naast de bouw van nieuwe dokken vooral een spectaculaire uitbouw van de haven in nooordelijke richting via het Kanaaldok B1-B2 en, als sluitstuk, ingevolge de wet van 15 april 1958: de bouw van 'een zeesluis met toegangsgeulen in het noorden van de Antwerpse provincie', de Zandvlietsluis!
De ligging
De nieuwe sluis zal zich vestigen op grondgebied van de toenmalige gemeenten Zandvliet en Berendrecht. De ligging is perfect gelegen aan de holle oever van de Schelde. Zeeschepen hoeven zo ook 8km minder stroomopwaarts te varen om tot de Boudewijnsluis (in gebruik sinds 1955) te geraken en vermijden zo ook de drempels van Fort Frederik en Lillo. Met een toegangsgeul van 800 meter en een breedte die geleidelijk toeneemt tot 350 meter zal de sluis zich verbinden met de rivier.
De bouw
De werken voor de sluis met toegangsgeulen, inbegrepen de metalen constructies, werden aanbesteed op 23 februari 1961. De elektromechanische uitrusting en de baggerwerken van de toegangen werden afzonderlijk aanbesteed. Eind juni werd dan de aanneming aangevat en binnen een termijn van 1200 dagen moesten deze voltooid zijn.
Voor het terrein, hierboven op foto, lag op een gemiddeld peil van +2,70. Het grondwater kwam voor op ongeveer +2,50, terwijl de funderingen reiken tot -18,00. De werken begonnen met het uitgraven van de bouwput van de sluis. Een eerste gedeelte van de uitgravingen werd onder water uitgevoerd door middel van een demonteerbare cutterzuiger.
Bij een diepte van ongeveer 9 meter werd de bouwput verder droog uitgegraven met behulp van bronbemaling. Deze geschiedde met diepwelpompen geplaatst in bronnen waarvan de diepte 40m bereikte. Het droogleggen van de bouwput vergde 38 bronnen waarvan het debiet ongeveer 7l/sec bedroeg. De grond werd uitgegraven met draglines en vervoerd met vrachtwagens. Voor de ingang van de sluis werd een meter meer uitgegraven om aanslibbingen in de saskolk zoveel mogelijk te kunnen weren. Een totaal van 3 miljoen m³ grond werd uitgegraven.
Een jaar later, in oktober 1962, kon dan begonnen worden met het betonneren van de sluis. Het materiaal werd voornamelijk per schip aangebracht, hiervoor werd een kilometer stroomopwaarts een loshaven gebouwd. Naast betroncentrales werden ook twee silo's gebouwd van elk 1200 ton waarin het cement via overdekte rubberbranden werd opgeslagen. Het zand en grind werd via transportbanden boven twee tunnels gestort. Langs deze tunnels werden zand en grind door andere banden overgebracht in de silo's boven de betoncentrales. Tussen deze centrale en de bouwput werden verharde wegen aangelegd om het materiaal in alle weersomstandigheden te kunnen vervoeren.
Het beton werd per vrachtwagen ter plaatse gebracht. Alle dagwanden werden in metalen bekistingen gestort. Het beton werd getrild en verwerkt volgens een te voren vastgesteld programma, waarbij de ligging van de stortnaden werd vastgesteld. In totaal werd in de bouw van de sluis 700000 m³ beton en 16000 ton betonijzer verwerkt.
Het einde is in zicht
Na 4 jaar werken kon er weer begonnen worden aan een nieuwe stap, een wel heel belangrijke stap en een keerpunt in de aanneming. De betonnen constructie was klaar en de enorme put die werd aangemaakt kon eindelijk onder water komen te staan. In oktober 1965 werd dan ook begonnen met het laten vol lopen van de sluis. Enkele maanden later konden dan de deuren worden binnengevaren. Deze deuren werden vlottend in de sluiskolk gevaren en daarna behoedzaam gekanteld zodat ze rechtop in de sluiskamers konden binnengevaren worden.
De grootste zeesluis ter wereld is geboren
Na 6 jaar werken was de Zandvlietsluis met zijn 500m lengte, 57m breedte en een waterdiepte op bovendrempel van 17,75m de grootste zeesluis ter wereld. Op 3 oktober 1967 werd ze officieel ingeweid door koning Boudewijn 1. Voordien, op 1 juli, was hij ook aanwezig toen de Belgische tanker Esso Antwerp (zie foto) de sluis officieel invaarde. Echter op 21 maart 1967 was het Duitse schip Ginnheim de allereerste die de sluis bezocht. In 1989 was de bouw voltooid van de nabij gelegen Berendrechtsluis, met 11 meter breder werd zij de grootste zeesluis ter wereld.
De onderdelen en hun werking
Zoals wij de Zandvlietsluis zien lijkt het een eenvoudig proces om een schip van de ene naar de andere kant te loodsen. Wat we echter niet weten en zien is wat er zich allemaal onder het wateroppervlak afspeelt. Met dank aan Haven van Antwerpen en brug -en sluiswachter C.S. kon ZandvlietDorp kennis maken met de werking van de Zandvlietsluis, zowel boven -als ondergronds.

A: Scheldemonding
B: Sluiskolk
C: Dok
D: Brug
E: Buitendeur
F: Binnendeur
G: Omloopriool
H: Rioolschuif
Hierboven zie je het grondplan van de Zandvlietsluis. Het zijn twee identeieke delen: het benedenhoofd (Scheldekant) en het bovenhoofd (dokzijde). In elk hoofd gebeurt dan ook hetzelfde om het waterniveau in de sluis te doen dalen/stijgen om zo het schip te kunnen laten doorvaren naar de Schelde of het dok. Omdat elk hoofd toch dezelfde functie heeft, worden enkel de onderdelen van het benedenhoofd besproken:
Sluisdeuren en deurkamers
Er zijn twee deuren voorzien (E & F), waarvan er 1 altijd in werking is, de ander dient als reserve. De binnendeur is de deur het dichtste bij de sluiskolk, de andere is dan de buitendeur. Ze zijn beide 58,8 meter lang, 22,63 meter hoog en hebben een breedte van 9,9 meter. De deurkamers zelf, waar de ingetrokken deuren zich bevinden, vergroten trapsgewijs van 12,9 meter op de bodem tot 16,9 meter aan de oppervlakte en hebben een lengte van 68,5 meter.
Om de beletten dat er water kan ontsnappen moet een deur de sluis kunnen afsluiten. Hiervoor moet het telkens heen en weer getransporteerd worden. De voorzijde van de deur rust onderaan op een rolwagen dat zich voort beweegt op rails. Achteraan rust de deur op een wagentje dat ook over rails beweegt. De bovenwagen wordt met kabels bewogen en zet de beweging over op de deur.
Op de miniatuurversie (foto) kan je zien dat de deur is onderverdeeld in 24 kamers. Het water wordt zo geballanceerd door deze kamers, dat de deur zijn stabiliteit behoudt tijdens zijn beweging. Het bovendek van de deur is zo gebouwd dat er licht verkeer kan op rijden, dit gebeurd wanneer bijvoorbeeld een brug gerepareerd moet worden. Een deur weegt ongeveer 1500 ton en werden op een scheepswerf vervaardigd. Zoals je eerder kon zien werden ze drijvend de sluis binnen gebracht en zo geplaatst.
Bij een defect aan een deur, wordt deze drooggelegd. Aan de saszijde wordt de deurkamer afgesloten door een vlottende dokdeur. Via cetrifugaalpompen wordt dan de deurkamer leeggepompt en kan een droge deur gerepareerd worden. Bij deze werken ondervindt de scheepvaart geen problemen vermits de reservedeur wordt gebruikt.
Vullen en ledigen van de sluis
Het vullen en ledigen van de sluis is gebasseerd op het principe van communicerende vaten. Tussen de sluis en de Schelde en het dok zijn ondergrondse riolen gegraven. Het water wordt door middel van rioolschuiven tegen gehouden of doorgelaten. Er zijn per hoofd 2 riolen (G) en rioolschuiven (H). Om het niveau in de sluis met 4 meter te doen stijgen, is er ongeveer een kwartier de tijd nodig. Indien er 1 rioolschuif uit valt, kan de sluis nog perfect functioneren, maar met een lager rendement.
Vullen van het dok
Verder is er ook nog een extra riool (staat niet op het plan), deze loopt van de Schelde naar het dok. Wanneer door extreme hitte het dokpeil te laag wordt, kan er bij hoogtij water van de Schelde naar het dok vloeien. Anderzijds, wanneer het peil te hoog is kan het dokwater weer naar de Schelde vloeien. Deze riolen komen niet in contact met de sluis, maar lopen wel evenwijdig.
Foto's
Aangezien beelden meer zeggen dan 1000 woorden kreeg ZandvlietDorp in 2006, dankzij brug- en sluiswachter C.S. en de Antwerpse haven, een unieke blik achter de schermen van wat ooit de grootste zeesluis ter wereld was.
Bronnen:
Haven van Antwerpen
Extra dank aan brug- en sluiswachter C.S.
Naar boven |